Centrale Verwarming

Algemeen

Voor het duurzaam verwarmen van de Armada’s wordt gebruik gemaakt van een open bodemenergiesysteem de zogenaamde Warmte Koude Opslag (WKO). Een WKO slaat energie uit het gebouw op in een waterhoudende zand- en/of kiezellaag in de bodem – een aquifer. De aquifer geldt als bron voor de warmtepomp die in de winter warmte onttrekt aan het opgepompte grondwater uit de warme bron.

Duurzaam Opgewekt, de warmwaterleverancier voor de centraleverwarming en het warme tapwater,  geeft aan dat de warmtepomp ca. 80% van de warmtevoorziening voor alle Armada’s genereert. Voor de overige 20% heeft elk appartementencomplex als warmtebron een gasgestookte  Hoog Rendement ketel. (Deze getallen zijn afhankelijk van de buitentemperatuur en werking van het systeem gedurende een heel jaar. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.) De temperatuur van het water voor de centrale verwarming is ca. 55 C.

Per appartement wordt de warmtebehoefte geregeld door een kamerthermostaat in de woonkamer. De thermostaat stuurt een thermische klep aan die bij een warmtevraag opent. Er stroomt nu, via een verdeelunit in de wasruimte, warmwater naar de radiatoren. Zodra de gewenste kamertemperatuur is bereikt schakelt de kamerthermostaat de thermische klep uit en wordt de doorstroming gesloten. De doorstroming wordt elektronisch gemeten en bepaalt het verbruik.

De kamerthermostaat is een aan/uit schakelaar die reageert op temperatuurverschillen.

Bij gebruik van de kamerthermostaat moeten de thermostatische radiatorkranen in de woonkamer en keuken volledig open staan ( stand V ). De thermostatische radiatorkranen in de overige ruimtes (slaapkamers en badkamer) kunnen naar gelang de warmtebehoefte in de gewenste stand worden gedraaid.

Zijn de radiatoren in verband met een verbouwing of  schilderwerkzaamheden tijdelijk verwijderd dan worden deze na het terugplaatsen en het openen van de afsluiters automatisch weer met water gevuld.  Het ontluchten van de radiatoren is hierbij noodzakelijk.

Problemen met de warmtevoorziening.

Worden de radiatoren niet warm, controleer dan eerst of de kamerthermostaat op de juiste temperatuur staat. Hebben de buren wel warme radiatoren dan is meestal de thermische klep die wordt aangestuurd door de kamerthermostaat defect. Deze klep bevindt zich onder de zwarte verdeelunit in de wasruimte. Voor vervanging van de thermische klep en/of kamerthermostaat dient de eigenaar zelf zorg te dragen. De Technische Commissie kan hierin adviseren.

Vragen?

info@armadab2.nl

Neem gerust contact met ons op!